Leden krijgen toegang tot extra informatie. Leden kunnen ook deelnemen aan het Forum Totaal hits:
Hieronder kunt u inloggen met een Gebruikersnaam en Wachtwoord of een account aanmaken. Aantal bezoekers
 
Schimmel Fruitbomen

Schimmels en in het bijzonder paddenstoelen zijn over het algemeen ongewenste boomgaardbewoners. Wanneer zij worden ontdekt is het kwaad al geschied. Als het parasitaire schimmels betreft is de boom al geruime tijd daarvoor geïnfecteerd en, als het om saprofytische schimmels gaat, is de boom reeds kwijnend. Als paddenstoelen worden aangetroffen duidt dit vrijwel in alle gevallen op afbraak of afsterven van de boom. Een natte periode gevolgd door een warme en droge periode is een ideale combinatie voor het uitbreken van schimmel infecties. In de winter spuiten met een koperoplossing is een mogelijkheid om schimmels te bestrijden.

Takhout dat in de boomgaard blijft liggen kan een voedingsbodem zijn voor een rijke paddenstoelenflora. In de praktijk blijkt echter dat het overgrote deel van deze schimmels te behoren tot de saprofyten, die van rottend weefsel leven. Ze worden minder gevreesd da de parasitaire soorten. Het gaat dan vooral om gewone hertenzwam, inktzwammen, elfenbankjes en zwavelzwam.

Bladvlekkenziekte

Gomziekte

Hagelschotziekte

Honingzwam

Houtknotszwam

Krulziekte

Loodglans

Meeldauw

Paarse korstzwam

Perenroest

Schubbige bundelzwam

Schurft

Vruchtboomkanker

Witziekte

Zadelzwam

Zwavelzwam

Bladvlekkenziekte (Gnomonia leptostyla)
Deze bladvlekkenziekte treed vooral op bij de walnoot. De bladbeschadiging zorgt voor zwarte vlekken en bladval. Oogstderving en kwaliteitsverlies kunnen gevolgen zijn van deze ziekten. Deze ziekten treden vooral op in slechte natte zomers. Rassen kunnen sterk verschillen in vatbaarheid. De ziekte wordt veroorzaakt door de schimmel Gnomonia leptostyla. Een belangrijke maatregel om uitbreiding van de ziekte tegen te gaan is het opruimen, versnipperen of verbranden van het afgevallen blad, aangetaste noten en takken.

Gomziekte / Gomming
Door de gomziekte komt er kleverige hars uit de takken. In de vruchten ontstaan harde, bruine vlekken door inwendige gomvorming en kunnen deze vruchten gaan lekken. De gom is een afbraakproduct van de celwand en komt hoofdzakelijk voor bij de kers. De afscheiding kan een wondhelend verschijnsel zijn na het ontijdig wegnemen van takken. In de andere gevallen wanneer geregeld gomdruppels voorkomen is dit een verschijnsel van een minder gunstige toestand van de boom maar het is moeilijk duidelijk de oorzaak aan te geven. Bestrijding bestaat ui het zorgen voor een goede bodemstructuur met voldoende voedingsstoffen en water. Vermijd daarbij ook kalkarmoede.


Hagelschotziekte (Stigmina carpophila)
Door de hagelschotziekte komen er geelbruine vlekjes op de bladeren, vooral bij kers en pruim, die na enige tijd uitvallen, waardoor ronde gaatjes ontstaan. Sterk beschadigde bladeren vallen af. Vruchten vertonen omrande, ingezonken vlekjes. De oorzaak kan een schimmel, een bacterie of een virus zijn. De aantasting door de schimmel wordt bevorderd door veel regen in april, mei. De schimmel overwintert op het blad. Zorg voor voldoende stikstof en magnesium. Verwijder de gevallen bladeren. Bestrijden is mogelijk door een zwavelhoudend middel zoals spuitzwavel te spuiten op de bladeren. Voordat de knoppen gaan schuiven en na de bloei. Na de bloei om de 2 weken opnieuw spuiten dit 2 tot 4 keer herhalen. De ziekte kan ook bestreden worden met een aftreksel van vlierbesbloesem.



Honingzwam (Armillaria mellea)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. De zwam wordt 7 tot 14 cm hoog en komt voor van oktober tot december. De honingzwam kan ook bomen infecteren waarbij door bijvoorbeeld hoge grondwaterstanden een deel van de wortels tot rotting is overgegaan. De honingzwam is echter des te gevreesder, omdat deze zich door middel van rhizomorfen (dikke bruine ondergrondse schimmeldraaden) van de ene boom naar de andere kan verplaatsen.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. Het bestrijden van de Honingzwam kan het beste geschieden door aangetaste bomen en boomstronken te verwijderen.

Houtknotszwam (Xylaria polymorpha)
Een 6 jaar geleden verplante appelboom is in augustus 2013 definitief ter ziele gegaan. De bladeren begonnen bruin te worden en de vruchten verschrompelden. 6 jaar geleden na het verplanten heeft de 12 jarige boom het nooit goed gedaan. Weinig bladvorming en geen vruchten. Dit jaar voor het eerst enkele vruchten.

Nu blijkt, tijdens het rooien van deze boom, onder aan de stam op maaiveld hoogte aan de zuidkant (zonkant), een zwarte zwam te zitten. Breek je een stuk van deze zwarte zwam af dan is deze wit van binnen. Het is de houtknotszwam.
Deze houtknotszwam wordt meestal niet hoger dan vijf centimeter. De bijna kogelronde, knotsvormige of ook wel vingervormige zwam (daarom heet hij ook wel dodemanshand of dodemansvingers) maakt een opgezwollen indruk en is van buiten zwart en van binnen wit.

6 Jaar geleden toen de boom verplant is is hij op een plaats gekomen waar de boom werd aangetast doordat hij na het verplanten verzwakt is. Het duurt dan gemiddeld 5 jaar voor dat de boom sterft. De eerste verschijnselen zie je 1 jaar na de infectie doordat er dan paddenstoelen op de stam of aan de voet van de stam verschijnen.
De appelboom is gestorven doordat de schimmel de sapstroom van de boom heeft afgesloten. De stam brak tijdens het rooien onder het maaiveld ook af. Deze bleek volledig verrot te zijn.
Bij het verwijderen van de wortels zul je merken dat een groot gedeelte van de wortels zijn opgelost cq verdwenen.

Plant op deze plek even minimaal 5 jaar geen fruitboom meer. Het beste is deze lege plek te bemesten met dierlijke mest zodat er minder bestaansrecht is voor de schimmels van de Houtknotszwam en dat de bodem op die plek bacteriedominant wordt. Zo help je de schimmel te doden doordat de bacteriën de schimmeldraden van deze schimmel opeten.

Krulziekte (Taphrina deformans)
De perzik is zeer vatbaar voor de perzikkrulziekte ook wel Koudweerziekte of Koudblarenziekte. Als gevolg van de aantasting door deze schimmelziekte vertonen de bladeren in het voorjaar zeer ernstige misvormingen zijn opgezwollen. De misvormingen verkleuren eerst rood en daarna geelbruin. Aangetaste bladeren zijn bros en vallen vroegtijdig af. Zwaar aangetaste bomen verzwakken, krijgen gomziekte en kunnen na 3 - 4 jaar afsterven.
Vanaf 8 tot 10°C is er infectiegevaar voor de krulziekteschimmel. Deze schimmelziekte overwintert in de knoppen en bij het uitlopen van de knoppen, in het vroege voorjaar, worden de ontluikende perzikbladeren geïnfecteerd. 

Later in het seizoen (juni) groeit de boom door de aantasting heen. De boom kan in de voorafgaande periode echter ernstig verzwakken, zeker als de ziekte gepaard gaat met een overvloedige vruchtzetting. Hierdoor kan de vitaliteit van de boom jaar na jaar afnemen en kan de boom er steeds meer moeite mee krijgen om door de aantasting heen te groeien. De boom kan uiteindelijk een kwijnend bestaan gaan leiden en kan zelfs afsterven. De krulziekte is er de belangrijkste oorzaak van dat de perzik in particuliere tuinen weinig voorkomt.

De ziekte is te beheersbaar door aangetaste bladeren te plukken voordat het witte dons verschijnt. De bladeren wel afvoereen, dus niet op de composthoop. Probeer de boom goed in conditie te houden door onder andere een compostgift in het zeer vroege voorjaar en eventueel een kalkgift in het najaar. Het is ook mogelijk om de ziekte te bestrijden door te spuiten met spuitzwavel. Eind januari als de knoppen groen worden spuiten en dit twee keer herhalen om de 7 dagen. Spuit vanaf eind maart wekelijks tot het moment waarop de bladeren zijn volgroeid. Een warme beschutte standplaats geeft ook minder kans op krulziekte.

De krulziekte kan chemisch worden bestreden door middel van een bespuiting met bepaalde fungiciden (schimmelbestrijdingsmiddelen). De bespuiting moet plaatsvinden op het moment dat de knoppen gaan schuiven (eind februari). Bij een hevige aantasting in het voorafgaande jaar moet de bespuiting vervolgens worden herhaald met een interval van ongeveer twee weken, tot omstreeks de bloeiperiode. Tijdens de bloei kan beter niet worden gespoten. Beginnen met spuiten als de ziekte al wordt waargenomen heeft weinig zin. Van de sommige fungiciden is bekend dat ze werkzaam zijn tegen de krulziekte op basis van koper (zoals koperoxychloride en Bordeauxse pap). Een aftreksels van heermoes heeft ook een plantversterkend effect.

Loodglans (Chondrostereum purpureum)
Loodglansziekte komt hoofdzakelijk voor bij steenvruchten, maar ook soms ook op appel en peer. Bladeren van de geïnfecteerde bomen krijgen een melkachtige, grijsgroene glans, die veel op die van lood lijkt. Het aangetaste blad voelt hard aan en is stijf en bros. De takken blijken bij doorsnijden bruin tot violet verkleurd te zijn.
Bij vochtig en warm weer kunnen zich op de takken de paarse vruchtlichamen ontwikkelen, die echter pas in de herfst en de winter hun sporen verliezen. De verwekker van loodglans is de paarse korstzwam (loodglanszwam) een wondparasiet.
Gezond en gaaf hout wordt niet geïnfecteerd. De zwam kan ook leven op gesnoeid en dood hout waardoor altijd het snoeihout verwijdert dient te worden.

Aangetaste takken moeten worden afgezaagd en verbrand. Is tevens de stam aangetast dan moet de gehele boom worden gerooid. Genezen zal de boom zeker niet. De loodglans ziekte dient preventief te worden bestreden. Daarvoor is het nodig dat steenvruchten bij voorkeur direct na de oogst hun wintersnoei krijgen, de snoeiwonden groeien dan gemakkelijk dicht zodat de kans op aantasting kleiner wordt. Zorg er ook voor dat de bomen goed kunnen groeien. Dit kun je bereiken met een goede bodemstructuur en een gezone waterhuishouding.

Meeldauw (Podosphaera leucotricha)
Meeldauw komt veel voor op appels, maar ook wel op peren, slechts zelden op pruim of kers.
In het voorjaar krijgen de scheuten in de toppen van de kroon gekrulde bladeren, waarop een sterk wit bepoederd laagje voorkomt. Dit laagje bestaat uit zwamdraden en vruchtlichamen van de meeldauwschimmel. De boosdoener is de schimmel Podosphaera leucotricha, de aantasting tijdens de actieve groei periode.

Een strenge vorst in het voorjaar kan vertraging geven van de uit overwintering komende meeldauw. Meeldauw overwintert in de eindknoppen, bij het uitlopen komt de schimmel mee in de eerst gevormde groende delen. Verspreiding vind dan direct plaats.

Het aangetaste gekrulde en verdort blad valt voortijdig af. Ook als bloesems zijn aangetast ontwikkelen zich geen vruchten. De zwam dringt de in de zomer gegroeide knoppen binnen en overwintert daar, om het volgend voorjaar opnieuw scheuten te besmetten. Gunstige weersomstandigheden, voor de ontwikkeling van deze schimmel, zijn warme, droge periodes met een relatieve vochtigheid (RV) tussen de 40 en 95 procent met een beetje wind erbij.

Het voorkomen van aantastingen kan gebeuren door in de winter besmette (eind)knoppen, de muizenoortjes, te verwijderen. Ook zullen in het voorjaar en de zomer de bomen geïnspecteerd moeten worden op symptomen. Aangetaste scheuten en / of bloemen, die uitgroeien als meeldauwpluimen, worden regelmatig verwijderd. Op deze manier wordt de natuurlijke cyclus doorbroken en neem je het merendeel van de besmetting weg..

Paarse korstzwam (Chondrostereum purpureum)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. De paarse korstzwam doet veel kwaad bij steenvruchten. Deze is de veroorzaker van de loodglansziekte. Vooral bij warm en vochtig weer kunnen de kleine paddenstoeltjes zich op de aangetaste takken ontwikkelen.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. De soort lijkt op een elfenbankje, maar is paars en aan de rand wit gekleurd. De randen zijn golvend en wit donzig behaard. De onderzijde is glad, donkerbruin of bruin-violet tot bruin. De paddenstoel wordt carpophores genoemd en wordt in de herfst gevormd bij een hoge relatieve luchtvochtigheid met veel regen, mist of dauw en een temperatuur van 10 ºC. Hieruit ontstaan de basidiosporen, die bij infectie via wonden loodglans veroorzaken. Zo genoemd omdat de bladeren een loodachtige kleur krijgen als de schimmel de boom heeft aangetast..

Perenroest (Gymnosporangium fuscum) ook wel Perenpok
Op zich zelf is perenroest niet schadelijk voor de boom. Een enkel blaadje met een paar oranje, rode vlekken kan niet veel kwaad. Maar er zal wel degelijk een verzwakking van de boom optreden, als er jaar na jaar een flink gedeelte van de bladeren wordt aangetast en door het omvangrijke verlies aan bladgroen de stofwisseling wordt belemmerd. Bovendien kunnen er bij een sterke besmetting ook galachtige woekeringen op de stam ontstaan, die de boom nog verder verzwakken. Dat de opbrengst van zo'n zwaar zieke boom sterk zal teruglopen, ligt voor de hand. De besmetting kan zelfs zo ver gaan, dat er ook op de peren rode vlekken met wratachtige gallen ontstaan. We krijgen dan weinig aantrekkelijk uitziende, "verroeste peren". We kunnen natuurlijk proberen alle aangetaste blaadjes in een vroeg stadium weg te plukken. Weliswaar voorkomen we daarmee, dat er zich in de roestzwammetjes sporen kunnen ontwikkelen, die door de wind over de omgeving worden verspreid, maar het echte kwaad wordt zo niet bestreden.

De sporen die de perenbladeren aantasten zijn niet afkomstig van de perenboom zelf, maar van een jeneverbes. Het gaat daarbij niet om de inheemse Jeneverbes, maar om soorten, die oorspronkelijk uit het warmere Zuid-Europa afkomstig zijn en bij ons, samen met enkele verwante soorten, in tuinen en parken worden aangeplant, zoals Juniperus chinensis, J. virginiana en J. sabina met verwanten en dan vooral de platte vorm. Controleer de waardplanten in januari. Controleer vooral de takken of daar de veroorzaker is te vinden. Je kunt dat zien aan de slijmachtige bruine massa die in deze conifeer zit


Zodra de bloemknoppen gaat schuiven (uitlopen) een 1e bespuiting uitvoeren met spuitzwavel. Dit middel is niet schadelijk voor mens en dier, het is een zwavel product. Dit herhaalt u 3x om de 14 dagen. Niet spuiten tijdens de volle bloei, maar na de bloei als de bloemblaadjes zijn gevallen. Spuit het middel bij droog en zonnig weer, als er geen regen wordt verwacht. Gebruik de hoogste concentratie die is aan gegeven op de verpakking. Met deze wijze van bestrijding kunt u de perenpokziekte voor een groot deel voorkomen. De perenpokziekte moet preventief worden bestreden. Spuiten als de oranje vlekken al zichtbaar zijn op de bladeren heeft weinig zin.

Schubbige bundelzwam (Pholiota squarrosa)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. Een typische wondparasiet. Infectie treedt op via niet of slecht verzorgde wonden.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. De 4-10 cm brede hoed is in de jeugd bol, maar is later uitgespreid. De hoed en de steel zijn lichtgeel tot roestbruin en bezet met bruine schubben. De gelige tot roestbruine lamellen staan dicht opeen. De steel is overal even dik. Het gelige vlees heeft een opvallende geur van radijs..

Schurft op appel (Venturia inaequalis), op peer (Venturia pirina)
De appel heeft veel last van blad- en takschurft, waardoor vroegtijdige bladval en vruchtverruwing kan optreden. Schurft kan de plant pas aantasten als het blad voldoende lang nat is, de zogenaamde bladnatperiode. Dit komt doordat de vrijgekomen schimmelsporen voor het kiemen voldoende vocht nodig hebben.
Shurft op appel is herkenbaar aan het voorkomen van kleine, zwarte vlekjes die zich al vertonen als de bladeren zich in het voorjaar nog niet geheel hebben ontvouwen. Op de appel bevinden deze plekjes zich meestal aan de bovenzijde van het blad, bij de peer op de onderzijde.
De vlekjes worden na verloop van tijd groter, sluiten zich aaneen en er ontstaan bobbelige bladeren, die niet meer groeien. De aangetaste plekjes voelen hard aan.
Op de takken en twijgen ontstaan kleine blaartjes die later openspringen. De plek wordt hard en korstig en het takje krijgt hierdoor een ruw en schurftig uiterlijk. De twijgen van de appel sterven zelden af tengevolge van een schurftaantasting. De twijgen van peren daarentegen wel.
Door het vaak in zijn geheel afsterven van de jonge scheuten kan de boom niet tot bloei en dus tot vruchtzetting komen.

De beste manier om ernstige aantastingen te voorkomen is het aanplanten van resistente rassen. Door het goed openhouden van de kroon is schurft hooguit te beperken doordat wind en zon volop de ruimte hebben om de boom gezond te houden. Op de afgevallen bladeren ontwikkelen zich de wintersporen het is dus van groot belang om de afgevallen bladeren te ruimen. Takken en twijgen die aangetast zijn door de schurftsporen zorgvuldig wegsnoeien.

Vruchtboomkanker (Nectria galligena)
Vruchtboomkanker is een schimmelziekte waarbij de cellen doodgaan en de sapstromen vanaf die plek tegenhouden. De rest van de tak of boom zal daardoor afsterven. Ook de vruchten kunnen worden aangetast, wat neusrot wordt genoemd.

De ziekte wordt veroorzaakt door het bloedkankermeniezwammetje, zie de rode vruchtlichamen (puntjes) op de foto,  een schimmel die behoort tot de Sordariomycetes. Deze schimmel is een zogenaamde wondparasiet, die niet door de gezonde bast dringt, maar beschadigde of gewonde bomen aantast. Met name stevige hagelbuien kunnen hierdoor indirect grote schade veroorzaken.

Vruchtboomkanker is een van de meest verwoestende en daardoor ook gevreesde ziekten van de appel. Peren hebben er over het algemeen veel minder last van.
De ziekte manifesteert zich door het verschijnen van ingezonken plekken op de takken, die eerst dof en grijsbruin van kleur zijn. Later schilfert de bast daar af. Doordat de boom tracht de wondplek te overgroeien ontstaat langs de randen van de wond walvormige weefsel maar meestal gelukt dit onvoldoende. Daardoor kan de zwam zich verder uitbreiden en ontstaan na verloop van tijd grotere open wonden. Ook de bladeren vergelen en vallen af. Zodra de tak door de schimmel is geringd sterft deze.

De schimmel wordt onder andere verspreid door de appelbloedluis (Eriosoma lanigerum). Deze wordt weer gegeten door de oorworm en geparasiteerd door de sluipwesp (Aphidius colemani) en de galmug (Aphidoletes aphidimyza). Deze laatste twee insecten (oorwormen eten ook plantendelen) worden ingezet ter bestrijding, maar ook wondbehandeling kan uitkomst bieden.

De aantasting ontstaat via wonden. Als gevolg van vorstspleetjes in onvoldoende uitgerijpte twijgen zijn in het voorjaar talrijke dode scheuten te zien. Op beschadigde plekken, als gevolg van het snoeien, afbreken van takken, schurende takken of door insectenbeschadiging, veranderen de wonden bij onvoldoende verzorging in kankerplekken.
Bestrijding vindt plaats door de verkleurde ingezonken plekken zorgvuldig tot op het gezonde hout weg te snijden. Grote wonden worden uitgezaagd. Dit dient te gebeuren voor de maanden november en december. Ook takken met topkanker dienen voor deze periode verwijderd te worden.
De kankersporen verspreiden zich vooral in de eerste wintermaanden, het is daarom aan te raden gevoelige rassen niet te snoeien in de gevaarlijke maanden november en december.

 

Witziekte
Deze ziekte komt voor op allerlei planten, bij appel zijn de bladeren witbepoederd, misvormd en verdrogen later. Ook aangetaste scheuten sterven af. Infectie van jonge appelen geven netwerkvormige kurkstrepen. De primaire infectie overwintert meestal in de eindknoppen van de nieuwe scheuten. Zodra de knoppen uitlopen hervat de schimmel zijn activiteiten en verspreidt een groot aantal sporen. Bij gunstige weersomstandigheden, 20°C en droog blad, gaan ze kiemen op bladeren, scheuten en geven aanleiding tot nieuwe besmettingsbronnen. Deze nieuwe besmettingsbronnen (secundaire infectie) gaan de nieuw gevormde knoppen aantasten. De aangetaste eindknoppen zijn niet goed gesloten. Bestrijding door wegsnoeien van aangetaste toppen, de groeikracht bevorderen en bij bij ernstige aantasting preventief om de 7 dagen vanaf maart/begin april tot midden juni spuitzwavel of knoflook toepassen.

Zadelzwam (Polyporus squamosus)
Dit is in de fruitteelt een zeer gevreesde paddenstoel. Het is een parasitaire soort, dat zich voedt met levend weefsel. Een typische wondparasiet. Infectie treedt op via niet of slecht verzorgde wonden.
De kans op infectie wordt sterk verminderd door een goed wondbehandeling en een goede ontwatering. De hoed heeft een doorsnede van 13-50 cm en is waaiervormig. Hij is geelbruinachtig met concentrische ringen van bruine schubben.

Zwavelzwam (Polyporus sulphureus)
De meest voorkomende houtzwam op fruitbomen is de Zwavelzwam (Polyporus sulphureus), die wel eens op oude pruimen, kersen en tamme kastanjes te zien is. De zwam maakt in tegenstelling tot andere houtzwammen eenjarige vruchtlichamen: gele, half ronde zwammen die meestal dakpansgewijs op de bast of op bovengrondse worteldelen voorkomen. De randen zijn stomp en golvend. De bovenzijde is zeemleerachtig citroengeel of geeloranje, later verkleurend naar bijna wit.
In de winter kun je ze aantreffen als witte brosse paddenstoelen. Zit er een zwavelzwam op de bast van een fruitboom, maar zijn er geen zichtbare holtes aanwezig dan is kappen niet nodig.
De zwavelzwam is overigens wel bij eiken zeer gevaarlijk, het is een van de weinige zwammen die een eik zo onstabiel maakt. dat ze snel gevoelig wordt voor windworp.

 
Adverteren

Bezoekers

We hebben 47 gasten online